Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 december 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Inleiding
1 maart 2019 tot en met 31 december 2019 voor een bedrag van € 5.609,76 te veel aan uitkering heeft ontvangen. Zij moet dit bedrag aan het Uwv terugbetalen. Op
15 december 2020 heeft het Uwv aan eiseres de invorderingsbeschikking toegestuurd.
4 september 2019 inkomsten heeft genoten. Zij voert aan dat haar inkomen over 2019 daarom evenredig moet worden toegerekend aan de maanden september t/m december in plaats van aan de maanden maart t/m december. Het Uwv blijft bij zijn standpunt uit het bestreden besluit.
1 maart 2019 tot en met 31 december 2019 een bedrag van € 5.609,76 aan onverschuldigd betaalde uitkering heeft teruggevorderd en tot invordering is overgegaan. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.