Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de pleitnota van Garagepark Almere,
- de pleitnota van Liander.
2.De feiten
3.Het geschil
- i) Indien sprake is van 288 garageboxen die de eigendom zijn van verschillende eigenaren (en waarvoor dus verschillende WOZ-beschikkingen zijn gegeven), moet het gemeenschappelijke stelsel van verbindingen (dat loopt van de (gevraagde) aansluiting op het openbare net tot aan de verschillende garageboxen) worden aangemerkt als een net in de zin van de Elektriciteitswet 1998. Liander meent dat het gehele garagepark moet worden beschouwd als één commerciële locatie of locatie met gedeelde diensten, zodat het technisch, organisatorisch of functioneel verbonden stelsel als één net moet worden gezien. Voor dat net kan slechts aanspraak gemaakt worden op één aansluiting.
- ii) Een alternatief is dat niet sprake is van een net maar van één ‘installatie’ achter de aansluiting. Dat is alleen mogelijk indien het geheel van gebouwde eigendommen op basis van de uiterlijke kenmerken en het gebruik, ondanks de verschillende WOZ-beschikkingen, moet worden beschouwd als één onroerende zaak. Ook in dat geval kan Garagepark Almere slechts aanspraak maken op één aansluiting.