ECLI:NL:RBMNE:2021:6293

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 december 2021
Publicatiedatum
30 december 2021
Zaaknummer
UTR 21/4355
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen besluit bij verkoopovereenkomst grond, beroep ongegrond verklaard

Eisers maakten bezwaar tegen een brief van de gemeente Houten waarin een verkoopovereenkomst van grond werd aangekondigd. De gemeente verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt dat een besluit een publiekrechtelijke rechtshandeling moet zijn die rechten, verplichtingen of bevoegdheden wijzigt.

De rechtbank overweegt dat het aangaan van een overeenkomst tot verkoop van grond een privaatrechtelijke aangelegenheid betreft en daarom niet kwalificeert als een besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Het standpunt van de gemeente wordt dan ook juist bevonden. De inhoud van het door eisers ingediende beroep biedt geen aanleiding om anders te oordelen.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier E. Mulder op 27 december 2021. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de brief geen besluit is in de zin van de Awb.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4355

1.a

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 december 2021 in de zaak tussen

[eiser] en [eiseres] , uit [woonplaats] , eisers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers tegen het besluit van verweerder van 19 oktober 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eisers hebben op 29 juli 2021 bezwaar gemaakt tegen een brief van verweerder van 20 november 2020. Volgens verweerder was deze brief geen besluit waar bezwaar tegen kon worden gemaakt. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
3. Volgens de wet is er sprake van een ‘besluit’ als er een schriftelijke beslissing is van een bestuursorgaan die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt. Dit betekent dat er door het besluit iets moet veranderen in iemands rechten, verplichtingen of bevoegdheden. Dit staat in artikel 1:3 van Pro de Awb.
4. De rechtbank oordeelt dat de brief van 20 november 2020 geen besluit is waar eisers bezwaar tegen konden maken. Zoals verweerder in de beslissing op bezwaar ook aangeeft, is het aangaan van een overeenkomst tot verkoop van grond een privaatrechtelijke aangelegenheid. [1] Het gaat hier niet om een publiekrechtelijke rechtshandeling, zoals bedoeld is in artikel 1:3 van Pro de Awb. Het standpunt van verweerder dat er geen sprake is van een besluit waar eisers bezwaar tegen konden maken is dus juist. Verweerder heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Wat eisers hebben geschreven aan de rechtbank is geen reden om hier anders over te denken.
5. Het besluit van verweerder is juist en het beroep is kennelijk ongegrond.
6. Eisers krijgen ongelijk en daarom ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is op 27 december 2021 gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van E. Mulder, griffier
.De beslissing zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (ABRvS) van 16 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1334.