ECLI:NL:RBMNE:2021:6304
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling arbeidsongeschiktheidspercentage en weigering IVA-uitkering
De erfgenamen van de overleden uitkeringsgerechtigde hebben beroep ingesteld tegen het UWV-besluit waarin het arbeidsongeschiktheidspercentage werd vastgesteld op 55,61%. Zij stelden dat hun overleden familielid recht had op een hogere IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid op de datum in geding.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk behandeld ondanks het overlijden van de uitkeringsgerechtigde. De erfgenamen voerden aan dat er een verdergaande urenbeperking had moeten worden aangenomen en dat een expertiseonderzoek naar dyslexie had moeten plaatsvinden. De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de bedrijfsarts niet relevant was voor de medische mogelijkheden op de datum in geding en dat de verzekeringsarts het medisch onderzoek voldoende had onderbouwd.
Ook het arbeidskundig onderzoek werd als juist beoordeeld, waarbij rekening was gehouden met leesproblemen en communicatiemogelijkheden. De rechtbank vond het beroep te algemeen om het arbeidskundig rapport te betwisten en concludeerde dat het arbeidsongeschiktheidspercentage correct was vastgesteld.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep van de erfgenamen tegen het UWV-besluit is ongegrond verklaard.