ECLI:NL:RBMNE:2021:6323
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij aanvraag bijstandsuitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een bijstandsuitkering door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 december 2021 behandeld en onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een spoedeisend belang, omdat de financiële problemen van verzoeker niet acuut genoeg zijn en er geen onomkeerbare situatie zoals een dreigend faillissement of onmiddellijke ontruiming bestaat. Verzoeker heeft weliswaar een huurachterstand en schulden, maar deze omstandigheden rechtvaardigen geen spoedeisend belang.
Daarnaast is het besluit niet evident onrechtmatig. Verzoeker weigerde mee te werken aan een huisbezoek dat noodzakelijk was om zijn woonplaats te controleren, mede vanwege de ontvangen financiële steun van een derde. Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen en was afwijzing gerechtvaardigd.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen omdat noch spoedeisend belang noch evident onrechtmatigheid is aangetoond.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en evident onrechtmatig besluit.