ECLI:NL:RBMNE:2021:6336

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 december 2021
Publicatiedatum
31 december 2021
Zaaknummer
UTR 21/4661
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken besluit

Verzoekers hebben op 30 november 2021 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland. De voorzieningenrechter heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat het verzoekschrift niet aan de wettelijke eisen voldeed, waardoor inhoudelijke behandeling niet mogelijk was.

Volgens artikel 8:82 Awb Pro moet griffierecht worden betaald bij een verzoek om voorlopige voorziening. Verzoekers zijn hierop gewezen middels een aangetekende brief van 2 december 2021, maar hebben het griffierecht niet tijdig voldaan en geen geldige reden opgegeven. Daarnaast is geen kopie van het besluit waartegen het verzoek zich richt, ingediend, terwijl dit volgens artikel 6:5 en Pro 8:81 Awb verplicht is. De griffier heeft hierop op 15 december 2021 een herinnering gestuurd, waarop geen reactie kwam.

De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek niet-ontvankelijk is op grond van artikel 8:83 Awb Pro en zal het verzoek niet inhoudelijk behandelen. Er is geen aanleiding voor een vergoeding. De uitspraak is gedaan op 28 december 2021 door voorzieningenrechter R.J.A. Schaaf.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht en ontbreken van het besluit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4661

uitspraak van voorzieningenrechter van 28 december 2021 in de zaak tussen

[verzoeker 1] ,

[verzoeker 2],
[verzoeker 3],
[verzoeker 4],
allen te [woonplaats] ,
hierna tezamen: verzoekers,
en

het college van burgemeester & wethouders van de gemeente Lelystad, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoekers hebben ingediend op 30 november 2021.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het verzoekschrift voldoet namelijk niet aan de wettelijke eisen, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
griffierecht
2. Iemand die om een voorlopige voorziening vraagt moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 49,-. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald, dan is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen.
3. De voorzieningenrechter heeft verzoekers op 2 december 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoekers het griffierecht binnen twee weken moeten betalen aan de rechtbank.
4. De voorzieningenrechter heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Verzoekers hebben daar geen geldige reden voor gegeven.
besluit
5. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers ook geen kopie van het besluit hebben ingediend.
6. Iemand die een verzoek om een voorlopige voorziening indient moet een kopie van het besluit indienen. Dit staat in artikel 6:5 en Pro artikel 8:81 van Pro de Awb. Als dat niet gebeurt, dan geldt wederom de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen kopie van het besluit is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen.
7. De griffier heeft verzoekers op 15 december 2021 een brief gestuurd, waarin staat dat verzoekers binnen één week een kopie moeten overleggen van het besluit waar zij het niet mee eens zijn.
8. Verzoekers hebben niet gereageerd op deze brief. Verzoekers hebben daar geen geldige reden voor gegeven.
conclusie
5. Het verzoek zal niet inhoudelijk worden behandeld en de voorzieningenrechter zal geen uitspraak over het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:83 van Pro de Awb).
6. Verzoeker krijgt geen gelijk. Voor een vergoeding is geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E. Kersten, griffier. De beslissing is uitgesproken op 28 december 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet.