Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
18 december 2020.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV van 18 december 2020, maar deed dit te laat. Het beroepschrift moest uiterlijk 29 januari 2021 ontvangen zijn, maar kwam pas op 17 maart 2021 binnen. De rechtbank oordeelt dat de hoofdregel geldt dat te laat ingediende beroepen niet inhoudelijk behandeld mogen worden.
Eiser voerde aan dat zijn medische klachten en gebrek aan juridische kennis een geldige reden vormden voor de termijnoverschrijding. Ook stelde hij dat de rechtsmiddelenclausule ontbrak omdat hij slechts de eerste pagina van het besluit had ontvangen. De rechtbank concludeert echter dat eiser redelijkerwijs op de hoogte had moeten zijn van de beroepstermijn, mede omdat het onvolledige besluit aanleiding had moeten geven tot navraag.
De psychische gesteldheid van eiser biedt geen vrijstelling, omdat van hem verwacht mocht worden dat hij hulp zou inroepen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder geldige reden.