ECLI:NL:RBMNE:2021:6380
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken machtiging ongegrond verklaard
Opposant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de gemeente Laren, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat geen geldige machtiging was overgelegd. Opposant ging hiertegen in verzet. Tijdens de zitting via Skype verscheen alleen de gemachtigde van opposant.
De rechtbank beoordeelde of het terecht was dat zij het beroep zonder zitting had afgewezen wegens het ontbreken van twijfel over de uitkomst. De rechtbank stelde vast dat opposant geen geldige machtiging had ingediend ondanks herhaalde verzoeken, waaronder een aangetekende brief. De machtiging die in de bezwaarprocedure was overgelegd, was niet toereikend voor het beroep.
Opposant voerde aan dat de uitspraak onjuist was vanwege het ontbreken van een wettelijk voorgeschreven splitsingsbrief en stelde een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voor. De rechtbank oordeelde dat de termijn niet was overschreden, omdat de periode tussen het indienen van het beroep en de uitspraak in de verzetsprocedure minder dan anderhalf jaar bedroeg.
De rechtbank wees het verzet af en verklaarde het ongegrond. Tevens werd het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter L.M. Reijnierse en griffier M. Bos op 10 december 2021.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een geldige machtiging.