Eiseres, werkzaam als helpende thuiszorg, was sinds december 2018 ziek vanwege zwangerschapsklachten en ontving een Ziektewetuitkering van februari tot juni 2019. Na een medische en arbeidskundige beoordeling door het UWV werd vastgesteld dat zij vanaf 23 augustus 2020 meer dan 65% van haar oorspronkelijke loon kon verdienen met geschikte voorbeeldfuncties. Het UWV beëindigde daarop haar Ziektewetuitkering en verklaarde het bezwaar van eiseres ongegrond.
Eiseres voerde aan dat haar psychische klachten, waaronder een dwangstoornis, stress en depressiviteit, onvoldoende waren meegewogen en dat zij niet in staat was te werken. Zij overlegde verklaringen van psychologen en andere medische professionals. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts de psychische problematiek had betrokken in de beoordeling. Er was geen medische onderbouwing voor de gestelde depressiviteit op de peildatum.
De arbeidskundige beoordeling concludeerde dat eiseres de geselecteerde voorbeeldfuncties kon verrichten binnen de vastgestelde beperkingen. De rechtbank vond geen reden om aan deze conclusies te twijfelen en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak werd mondeling gedaan op 15 december 2021 en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.