ECLI:NL:RBMNE:2021:6460

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 november 2021
Publicatiedatum
19 januari 2022
Zaaknummer
21/4154
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d lid 1 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op verzoek om herbeoordeling bij UWV

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling. De rechtbank stelt vast dat het UWV inderdaad te laat is met het nemen van een besluit, zoals ook door het UWV zelf is erkend in het dwangsombesluit van 22 september 2021.

De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag dat het UWV deze termijn overschrijdt, moet het een dwangsom van € 100 betalen, met een maximum van € 15.000. Omdat het beroep kennelijk gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van € 374 voor proceskosten, aangezien zij een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld. Daarnaast moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden.

De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt het UWV op binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier P.W. Hogenbirk op 11 november 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het UWV moet binnen twee weken alsnog beslissen en betaalt een dwangsom en proceskosten aan eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4154

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 november 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. H. Folkers)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Niet in geschil is dat verweerder te laat is met beslissen op het verzoek van eiseres. Dit geeft verweerder in het dwangsombesluit van 22 september 2021 ook aan. In dit dwangsombesluit is de dwangsom door verweerder juist vastgesteld op € 1.442,-.
3. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak (artikel 8:55d. lid 1, Awb).
4. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
5. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb). Dat betekent ook dat eiseres een vergoeding krijgt voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 374,-
6. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiser betalen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat eiser heeft betaald moet betalen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 374,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier
.De beslissing is uitgesproken op 11 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.