ECLI:NL:RBMNE:2021:6472
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Veroordeling gemeente in proceskosten na intrekking bijstandsintrekking
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de gemeente Stichtse Vecht om zijn bijstandsuitkering per 18 oktober 2021 in te trekken op grond van artikel 54, vierde lid, van de Participatiewet. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Vervolgens trok de gemeente het besluit in en besloot de uitkering ongewijzigd voort te zetten.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht de voorzieningenrechter de gemeente te veroordelen in de proceskosten. De gemeente verzette zich hier niet tegen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente aan het verzoek tegemoet was gekomen en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe.
De proceskosten werden vastgesteld op € 1.282,-, gebaseerd op de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met een puntensysteem conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tevens wees de voorzieningenrechter erop dat verzoeker het betaalde griffierecht van € 49,- bij de gemeente kan declareren.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op 29 december 2021 door voorzieningenrechter R.J.A. Schaaf en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gemeente Stichtse Vecht in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.282,-.