ECLI:NL:RBMNE:2021:6476
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht Participatiewet
Eiser ontving sinds maart 2020 een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Verweerder vroeg meerdere malen om bankafschriften van verschillende rekeningen van eiser om het recht op bijstand vast te stellen. Eiser leverde niet alle gevraagde stukken aan en gaf onvoldoende toelichting op betalingen buiten Almere.
Verweerder trok de uitkering per 1 augustus 2020 in en vorderde terugbetaling van een deel van de bijstand. Eiser stelde dat hij alle stukken had ingeleverd en verwees naar problemen met zijn klantmanager en zijn persoonlijke situatie, waaronder dakloosheid en mentale gezondheidsproblemen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij de gevraagde stukken had overgelegd, waardoor hij zijn inlichtingenplicht had geschonden. Zonder deze informatie kon verweerder het recht op bijstand niet vaststellen. De terugvordering werd niet onaanvaardbaar geacht gezien de omstandigheden van eiser.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Eiser werd gewezen op de mogelijkheid van beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstandsuitkering bevestigd.