ECLI:NL:RBMNE:2021:6477
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen hoogte bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten
Eiseres, een bijstandsgerechtigde alleenstaande, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht over de hoogte van de bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten. Haar vermogen is onder bewind gesteld en zij ontving tot 1 februari 2021 bijzondere bijstand van €119,69 per maand voor bewindvoering. Na een wisseling van bewindvoerder werd deze bijzondere bijstand beëindigd en opnieuw aangevraagd.
Verweerder kende op 13 april 2021 bijzondere bijstand toe van €10,06 per maand, gebaseerd op een draagkrachtberekening die eiseres niet betwistte. Eiseres stelde dat verweerder een belangenafweging had moeten maken vanwege onvoorziene uitgaven en het intrekken van spaargeld, maar dit werd door de rechtbank verworpen omdat artikel 18 van Pro de Participatiewet niet op bijzondere bijstand van toepassing is.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het bedrag van €10,06 per maand heeft vastgesteld als bijzondere bijstand, aangezien eiseres volgens de draagkrachtberekening €109,63 per maand zelf kan voldoen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten wordt ongegrond verklaard.