Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 1.999,40 gehanteerd. De stelling van eiser dat verweerder wel de vermogensgrens van artikel 34 van Pro de Pw hanteert in gevallen van personen die vóór de benoeming van ZEKER als bewindvoerder al bijzondere bijstand ontvingen, maakt dit niet anders. Eiser heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat zijn situatie gelijk is aan die gevallen. Niet in geschil is dat zijn bijzondere bijstand per 1 januari 2020 is gestopt. De reden daarvan is naar het oordeel van de rechtbank niet relevant. Eiser ontving dus direct voorafgaand aan de wisseling van de bewindvoerder (van SBRU naar ZEKER) geen bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering. Aangezien verweerder de vermogensgrens terecht heeft vastgesteld op