Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen waarin het voorschot kinderopvangtoeslag voor 2020 werd vastgesteld op nul euro. In bezwaar werd het voorschot deels toegekend voor de periode 1 januari tot en met 29 februari 2020, omdat uit stukken bleek dat in die periode kinderopvang was afgenomen. Voor de periode van 1 maart tot en met 19 juli 2020 werd het recht op toeslag echter afgewezen wegens gebrek aan bewijs van afgenomen kinderopvang.
Eiser stelde dat hij recht had op kinderopvangtoeslag voor het gehele jaar 2020 en dat het bestreden besluit in strijd was met de beginselen van behoorlijk bestuur. Hij verzocht tevens om een schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het recht op kinderopvangtoeslag juist had vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens, die alleen afname in januari en februari 2020 aantonen. Eiser had geen aanvullende stukken overgelegd die zijn stelling onderbouwen. De enkele bewering van recht op toeslag voor het hele jaar en een te lage vaststelling was onvoldoende gemotiveerd.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.