ECLI:NL:RBMNE:2021:6555
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking bestuurlijke boete door Minister voor Rechtsbescherming
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Minister voor Rechtsbescherming op 5 oktober 2020 een bestuurlijke boete opgelegd aan verzoeker. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze boete, maar dit bezwaar werd op 4 februari 2021 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank.
Op 8 november 2021 trok de Minister het bestreden besluit in, verklaarde het bezwaar gegrond en herroept het primaire besluit, waardoor de bestuurlijke boete kwam te vervallen. Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de Minister tegemoet was gekomen aan het beroep en veroordeelde de Minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 748,-. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de Minister ook het betaalde griffierecht van € 360,- moet vergoeden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 15 december 2021.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Minister voor Rechtsbescherming tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ad € 748,-.