ECLI:NL:RBMNE:2021:6597

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 december 2021
Publicatiedatum
2 februari 2022
Zaaknummer
UTR 21/4063
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens ontbreken bestuursrechterlijk besluit bij weigering verkoop snippergroen

Eisers verzochten de gemeente om twee stukjes snippergroen te verkopen. De gemeente weigerde dit per e-mail, waarna eisers bezwaar maakten tegen deze weigering. De gemeente verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de e-mail geen bestuursrechtelijk besluit betrof.

De rechtbank toetste of de e-mail een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was. Omdat de gemeente de snippergroen als eigenaar aanbood en dit geen publiekrechtelijke bevoegdheid betrof, was het een privaatrechtelijke handeling. Hierdoor kon er geen bezwaar worden gemaakt.

De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de e-mail geen bestuursrechtelijk besluit is en het bezwaar niet-ontvankelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4063

1.a

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 december 2021 in de zaak tussen

[eisers] , te [woonplaats] , eisers

(gemachtigde: H. de Kort),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [woonplaats] , verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers tegen het besluit van verweerder van
13 september 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eisers hebben op 26 juni 2021 aan verweerder gevraagd om aan hen twee stukjes snippergroen te verkopen. Met de e-mail van 23 juli 2021 heeft verweerder aan eisers laten weten dat hij dat niet wil. Eisers hebben op 23 augustus 2021 bezwaar gemaakt tegen de
e-mail van 23 juli 2021. Met het besluit van 13 september 2021 heeft verweerder het bezwaar van eisers niet-ontvankelijk verklaard, omdat de e-mail van 23 juli 2021 geen besluit is waar bezwaar tegen open staat.
3. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan iemand in bezwaar tegen een besluit van een bestuursorgaan [1] . De rechtbank moet dus beoordelen of de e-mail van
23 juli 2021 inderdaad geen besluit is. Volgens de wet is er sprake van een ‘besluit’ als er een schriftelijke beslissing is van een bestuursorgaan die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt. Dit staat in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.
4. Een rechtshandeling is, kort gezegd, publiekrechtelijk als een bestuursorgaan (zoals verweerder) zijn bevoegdheid tot het nemen van zo’n besluit ontleent aan de wet. Het al dan niet verkopen van snippergroen is geen bevoegdheid die verweerder ontleent aan de wet. Verweerder heeft die bevoegdheid als eigenaar van het snippergroen. Daarmee is sprake van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Dit betekent dat de e-mail geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb en dat eisers daar niet tegen in bezwaar konden.
5. Het standpunt van verweerder dat er geen sprake is van een besluit waar eiser bezwaar tegen kon maken is dus juist. Verweerder heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is kennelijk ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van
J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 27 december 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Artikel 7:1, eerste lid, van de Awb, in samenhang met artikel 8:1 van Pro de Awb.