ECLI:NL:RBMNE:2021:6598
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over overschrijding beslistermijn Wob-verzoek en oplegging dwangsom
Eiser(es) heeft op 25 mei 2021 een Wob-verzoek ingediend bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. De minister moest binnen vier weken beslissen, met een mogelijke verlenging van vier weken, maar heeft deze termijn overschreden. Eiser(es) stelde de minister op 25 juli 2021 in gebreke en startte vervolgens een bestuursrechtelijke procedure.
De rechtbank constateert dat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en dat de ingebrekestelling correct is gedaan. De minister gaf aan dat de vertraging te wijten is aan de grote hoeveelheid Wob-verzoeken, de noodzaak tot het vragen van zienswijzen van derden en beperkte menskracht. De rechtbank acht dit onvoldoende om de termijn verder open te laten en legt een uiterste beslistermijn op.
De rechtbank draagt de minister op uiterlijk 1 oktober 2021 een besluit te nemen en legt een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000. Tevens wordt de minister verplicht het griffierecht van eiser(es) te vergoeden. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een nieuwe beslistermijn tot 1 oktober 2021 op en legt een dwangsom bij overschrijding.