ECLI:NL:RBMNE:2021:6600

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 december 2021
Publicatiedatum
3 februari 2022
Zaaknummer
21/2659-V
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen ongegrond verklaard beroep op niet-besluit gemeente Vijfheerenlanden afgewezen

Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het verzet van opposant tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank van 25 augustus 2021, waarin het beroep ongegrond werd verklaard. Het beroep richtte zich tegen het oordeel dat een brief van 28 december 2020 geen besluit was waartegen bezwaar kon worden gemaakt.

Opposant betoogde dat de brief wel een besluit was en uitte daarnaast bezwaren tegen de verzetsprocedure en de wijze van behandeling door de rechtbank. Tijdens de zitting op 13 december 2021 verliet opposant de zaal zonder opgave van reden, terwijl de geöpposeerde via een videoverbinding aanwezig was.

De rechtbank oordeelde dat het verzet zich beperkt tot de vraag of de eerdere uitspraak terecht zonder zitting kon worden gedaan en of die uitspraak onjuist was. De rechtbank concludeerde dat geen nieuwe gronden zijn aangevoerd die de eerdere uitspraak zouden weerleggen. De brief van 28 december 2020 heeft een informatief karakter en is geen besluit. Daarom blijft de eerdere uitspraak in stand en wordt het verzet ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21 / 2659-V
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 13 december 2021 van de enkelvoudige kamer op het verzet van

[opposant], te [woonplaats], opposant,

en

de gemeenteraad van Vijfheerenlanden, geöpposeerde

(gemachtigde: S. van Anrooij en D. van Straalen).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingediend tegen het besluit van geöpposeerde van 6 mei 2021.
In de uitspraak van 25 augustus 2021 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.
Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
De zitting heeft plaatsgevonden op 13 december 2021. Opposant is verschenen op de rechtbank, maar heeft de zittingzaal kort na binnenkomst zonder duidelijke opgaaf van reden weer verlaten. Geöpposeerde is verschenen via een beeld- en geluidverbinding.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 25 augustus 2021 het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank was het eens met de geöpposeerde dat de brief van 28 december 2020 geen besluit was waartegen opposant bezwaar kon indienen. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 25 augustus 2021 niet juist was.
3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 25 augustus 2021 niet juist. In zijn verzetschrift geeft hij onder meer het volgende aan. De bestuursrechter hoeft de vraag of verweerder terecht heeft besloten dat de brief van 28 december 2020 geen besluit is niet te beantwoorden, omdat de Awb bepaalt of dat burgers hun woning en erf geplunderd mogen worden op grond van een publiekrechtelijke rechtshandeling mits het besluit daartoe niet op schrift gesteld wordt. De gemeente en geöpposeerde kunnen de wet dankbaar ontglippen om de schriftelijke besluiten terzijde te stellen. Zou de rechtspraak dan ook misschien de burger de onzin willen besparen van uitspraken inhoudende dat een besluit geen besluit is, zoals in r.o. 3. Ook tegen de hele verzetsprocedure heeft de burger bezwaren. Bij een fatsoenlijke rechtsgang ziet en hoort de rechter de rechtszoekende. Dat te meer wanneer de rechter verweerder toestaat een zo schunnig verweerschrift te produceren en in te dienen. En zelfs wanneer de rechtszoekende gehoord en gezien hebbende, en er tot een oordeel is gekomen, moet er een tweede rechter aan te pas komen zodat niet één rechter de absolute heerschappij heeft. Het afdoen op stukken is een belediging en minachting van de rechtszoekende als persoon. Hij is een nummer geworden een object aan wie parolen niet wordt toegestaan tegenspraak te voeren tegen de talloze leugens en kronkels van het verweerschrift. Om maar één ding te noemen. Het bestreden besluit van 28 december 2020 is ondertekend door het college van burgemeester en wethouders en de brief van opposant is gericht aan geöpposeerde. In datzelfde besluit staat dat de geöpposeerde heeft gevraagd of dat het college wil reageren. Er is dus een raad niet die niet aanspreekbaar is. En dan spant de gemeente het paard achter de wagen want later in het besluit staat ineens wel ‘namens de raad’. Kennelijk doet en laat men maar wat hij wil. Vervolgens staat er in het besluit van
6 mei 2021 dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk is omdat het niet is gericht tegen een besluit van de gemeente Vijfheerenlanden. Dan wordt de raad en het college ineens op één hoop gegooid. De burger wordt dan van het kastje naar de muur gestuurd.
In brieven van 16 en 18 november 2021 heeft opposant zijn standpunten nog eens uiteengezet.
4. De rechtbank onderkent dat dit een zaak is die al lang speelt en veel emotie bij opposant opwekt. In het verzetschrift en de aanvullende brieven van opposant zijn echter geen gronden aangevoerd die zien op de onjuistheid van de uitspraak van de rechtbank van 25 augustus 2021. Zoals in rechtsoverweging 2 staat kijkt de rechtbank in verzet alleen of die uitspraak klopt en of die zonder zitting kon worden gedaan. De rechtbank is daarmee beperkt in wat zij in de verzetsprocedure kan beoordelen. De rechtbank kan geen oordeel geven over gronden die zien op de inhoudelijke werkwijze van de gemeente. Het kan niet anders dan dat de brief van 28 december 2020 een informatief karakter heeft (en dus geen besluit is), en dat heeft de rechtbank correct overwogen in de uitspraak van 25 augustus 2021.
5. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van
25 augustus 2021 in stand blijft.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier
.De beslissing wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.