ECLI:NL:RBMNE:2021:6602

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 december 2021
Publicatiedatum
3 februari 2022
Zaaknummer
UTR 21 / 2334-V
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen afwijzing beroep wegens late indiening bezwaarschrift UWV

Deze uitspraak betreft het verzet van opposante tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank van 4 augustus 2021, waarin het beroep tegen een besluit van het UWV ongegrond werd verklaard vanwege een niet-verschoonbare late indiening van het bezwaarschrift.

De rechtbank oordeelde destijds dat er geen twijfel bestond over de uitkomst en behandelde de zaak zonder zitting. Opposante stelde dat zij niet de kans had gekregen haar beroepsgronden nader te onderbouwen nadat zij het procesdossier op 2 juli 2021 had ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat zij opposante inderdaad niet heeft gevraagd om een nadere onderbouwing en dat het beroep daarom niet zonder zitting als kennelijk ongegrond had mogen worden afgehandeld. Het verzet wordt daarom gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt voortgezet. Opposante krijgt de gelegenheid haar gronden aan te vullen en te onderbouwen met stukken.

De zaak wordt verder behandeld op een zitting, waarbij nog geen oordeel wordt gegeven over de inhoud van het beroep. Ook wordt nu nog geen beslissing genomen over proceskosten.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak wordt vernietigd, waarna de zaak wordt voortgezet met gelegenheid voor nadere onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21 / 2334-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2021 op het verzet van

[opposante], te [woonplaats], opposante,

(gemachtigde: mr. E. van den Boogaard),

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposante heeft ingediend tegen het besluit van de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van
22 april 2021.
In de uitspraak van 4 augustus 2021 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.
Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
De zitting heeft plaatsgevonden op 17 november 2021. Opposante is niet verschenen, maar haar moeder en gemachtigde wel. Voor het UWV is niet verschenen.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 4 augustus 2021 het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de late indiening van het bezwaarschrift niet verschoonbaar heeft geacht. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 4 augustus 2021 niet juist was.
3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 4 augustus 2021 niet juist. In de uitspraak staat dat opposante de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding niet heeft onderbouwd. De rechtbank heeft evenwel niet gevraagd om een onderbouwing van de beroepsgronden en dit had wel gemoeten. Op 2 juni 2021 heeft de rechtbank enkel gevraagd om de gronden in te dienen en niet om de gronden aan te vullen. Bij brieven van 7 juni 2021 en 28 juni heeft opposante hierop gereageerd met het verzoek om te bevestigen dat het inleidend beroepschrift een grond bevat. Hierop heeft opposante geen reactie ontvangen anders dan de uitspraak van 4 augustus 2021, waaruit kan worden opgemaakt dat de grond toereikend was. Door het beroep buiten zitting af te doen, gaat de rechtbank er aan voorbij dat in het inleidend beroepschrift was aangegeven dat een nadere onderbouwing wordt gegeven na ontvangst van het dossier. Dit dossier is pas op 2 juli 2021 door opposante ontvangen. De rechtbank had onder deze omstandigheden het beroep niet zonder nadere zitting kunnen afdoen als kennelijk ongegrond.
4. De rechtbank is het eens met opposante. In het inleidend beroepschrift staat vermeld dat gronden nader zullen worden onderbouwd na ontvangst van het dossier. Opposante heeft het dossier op 2 juli 2021 ontvangen en opposante is nadien door de rechtbank niet in de gelegenheid gesteld om de beroepsgrond dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding nader te onderbouwen. De rechtbank had om die reden het beroep niet vereenvoudigd zonder zitting kunnen afdoen. Het verzet wordt daarom gegrond verklaard, zodat de uitspraak waartegen verzet was gedaan vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Opposante krijgt de gelegenheid om de gronden aan te vullen en deze te onderbouwen met (medische) stukken.
5. De zaak wordt nu verder behandeld door de rechtbank op een zitting. Opposant krijgt hierover nog bericht. Voor de duidelijkheid merkt de rechtbank op dat dit nog niet direct betekent dat de rechtbank opposant gelijk zal geven met zijn beroep. Dat moet nog beoordeeld worden.
6. De rechtbank neemt nu nog geen beslissing over de vergoeding van de proceskosten van opposant. Dit gebeurt pas in de einduitspraak over het beroep.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier
.De beslissing is uitgesproken op 24 december 2021 en wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.