Deze uitspraak betreft het verzet van opposante tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank van 4 augustus 2021, waarin het beroep tegen een besluit van het UWV ongegrond werd verklaard vanwege een niet-verschoonbare late indiening van het bezwaarschrift.
De rechtbank oordeelde destijds dat er geen twijfel bestond over de uitkomst en behandelde de zaak zonder zitting. Opposante stelde dat zij niet de kans had gekregen haar beroepsgronden nader te onderbouwen nadat zij het procesdossier op 2 juli 2021 had ontvangen.
De rechtbank stelt vast dat zij opposante inderdaad niet heeft gevraagd om een nadere onderbouwing en dat het beroep daarom niet zonder zitting als kennelijk ongegrond had mogen worden afgehandeld. Het verzet wordt daarom gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt voortgezet. Opposante krijgt de gelegenheid haar gronden aan te vullen en te onderbouwen met stukken.
De zaak wordt verder behandeld op een zitting, waarbij nog geen oordeel wordt gegeven over de inhoud van het beroep. Ook wordt nu nog geen beslissing genomen over proceskosten.