Partijen zijn gehuwd en hebben samen twee minderjarige kinderen. Zij willen scheiden en de man verzoekt om voorlopige voorzieningen, waaronder een zorgregeling waarbij de kinderen voornamelijk bij hem verblijven. De vrouw verzet zich hiertegen en vraagt om toewijzing van de kinderen aan haar met een zorgregeling die de zorg gelijk over beide ouders verdeelt.
De rechtbank overweegt dat de zorg voor de kinderen beide ouders zwaar valt vanwege hun persoonlijke omstandigheden. De vrouw combineert een fulltime baan met een eigen onderneming en wil de woning behouden om de kinderen in hun vertrouwde omgeving te laten wonen. De man werkt momenteel vanuit huis en zal binnenkort als havenmeester gaan werken, waardoor zorg beter te combineren is, maar hij geeft aan het fysiek en mentaal zwaar te hebben.
Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank het redelijk om de zorg gelijk te verdelen, zoals de vrouw verzocht. De kinderen worden aan de vrouw toevertrouwd voor de dagelijkse zorg, maar de zorgregeling wordt 50/50 verdeeld. De woning wordt exclusief aan de vrouw toegewezen en de man moet deze verlaten. De verzoeken tot gebruik van de inboedel worden afgewezen, behalve voor goederen die tot het dagelijks gebruik strekken. De kostenverdeling van de kinderen wordt niet in de beschikking vastgelegd, maar partijen hebben hierover afspraken gemaakt.
De rechtbank wijst de overige verzoeken af en stelt de zorgregeling en woninggebruik vast voor de duur van de echtscheidingsprocedure.