Art. 8:89 lid 2 AwbArt. 2.5 lid 6 Procesreglement bestuursrecht rechtbanken 2021
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Rechtbank onbevoegd voor schadevergoeding boven €25.000 wegens onrechtmatige besluiten gemeente
Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om het college van burgemeester en wethouders van de gemeente te veroordelen tot vergoeding van schade die hij heeft geleden door onrechtmatige besluiten en handelen van de gemeente. De schadevergoeding betrof met name advocaatkosten van €52.352,76, exclusief schade uit verkoop van een appartement.
De rechtbank stelde vast dat op grond van artikel 8:89 lid 2 vanPro de Algemene wet bestuursrecht de bestuursrechter slechts bevoegd is voor schadeverzoeken tot maximaal €25.000. Omdat het gevraagde bedrag dit overschrijdt, verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek.
De rechtbank wees verzoeker erop dat hij zich tot de civiele rechter kan wenden voor zijn schadevergoeding. Daarnaast gaf de rechtbank ter informatie aan welke vragen relevant zijn voor de beoordeling van een schadeverzoek, zoals de aard van de onrechtmatige besluiten, het causaal verband met de schade en de indiening van een verzoek tot schadevergoeding bij de gemeente.
De rechtbank wees het verzoek af zonder inhoudelijke beoordeling van de schadeclaim en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt terugbetaald. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor schadevergoeding boven €25.000 en verwijst verzoeker naar de civiele rechter.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Amersfoort
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/332
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2021 in de zaak tussen
[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [woonplaats], verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen tot het vergoeden van
schade die hij heeft geleden.
Het verzoek om schadevergoeding is behandeld op de zitting van 7 oktober 2021. Verzoeker
was hierbij aanwezig. Namens verweerder is niemand verschenen.
Overwegingen
1. Verzoeker heeft ter onderbouwing van zijn verzoek – kort samengevat – gesteld
dat hij schade heeft geleden door de vele onrechtmatige besluiten en door het onrechtmatig handelen van verweerder. Hij is daardoor genoodzaakt geweest zowel bestuursrechtelijke als civielrechtelijke procedures te voeren. Deze procedures hebben hem heel veel geld gekost. Eiser wil deze schade vergoed krijgen.
2. Ter zitting is komen vast te staan dat eiser vergoeding vraagt van een bedrag van
€ 52.352,76 aan advocaatkosten. Eiser heeft op de zitting toegelicht dat hij geen vergoeding vraagt van schade die hij heeft geleden als gevolg van de verkoop van zijn appartement aan de [adres] in [woonplaats].
3. Eiser heeft op de zitting het gevraagde schadebedrag gehandhaafd.
4. In artikel 8:89, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is geregeld dat de
bestuursrechter bevoegd is een schadeverzoek in behandeling te nemen voor zover de
gevraagde vergoeding ten hoogste €25.000,- bedraagt.
5. Omdat de door verzoeker gevraagde schadevergoeding hoger is dan € 25.000,- is de
rechtbank niet bevoegd van het verzoek kennis te nemen. Verzoeker kan zich met zijn verzoek tot de civiele rechter wenden die bevoegd is te oordelen over de gevraagde vergoeding van meer dan €25.000,-.
6. Op grond van artikel 2.5, zesde lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken
2021 wordt het geheven griffierecht terugbetaald aan verzoeker. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
7. Ter voorlichting aan verzoeker overweegt de rechtbank dat zijn schadeverzoek, de
volgende vragen oproept, die voor de beoordeling van zijn verzoek relevant zijn:
heeft verzoeker schade geleden als gevolg van onrechtmatige besluiten van verweerder;
welke onrechtmatige besluiten betreft het;
is er een causaal verband tussen de onrechtmatige besluiten en de door verzoeker geleden schade;
heeft verzoeker bij verweerder een verzoek ingediend tot vergoeding van de schade als gevolg van de onrechtmatige besluiten.
Omdat de rechtbank onbevoegd is komt de rechtbank niet toe aan de beantwoording van deze vragen.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E.H.G. Visser, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier. De beslissing is uitgesproken op 18 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.