Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de gemeente Zeist, waarop verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. Nadat eiser een ingebrekestelling stuurde, bleef verweerder in gebreke. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en stelt de maximale dwangsom vast van €1.442,- voor de periode van 42 dagen.
De rechtbank beveelt verweerder om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van €100,- per dag op voor eventuele verdere overschrijding, met een maximum van €15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht en proceskosten aan eiser.
De rechtbank ziet geen aanleiding om partijen uit te nodigen voor een zitting, omdat het geschil uitsluitend gaat over de overschrijding van de beslistermijn. Verweerder had aangegeven dat een besluit pas na een hoorzitting in juli 2021 en een termijn van vier tot zes maanden daarna zou volgen, maar de rechtbank acht een langere beslistermijn onder de omstandigheden passend.
Het beroep wordt derhalve gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, en verweerder wordt verplicht om alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.