Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Waar gaat het over?
[A], geboren in [geboorteplaats] op [1998] , en;
[B], geboren in [geboorteplaats] op [2001] .
Rechtbank Midden-Nederland
De man en vrouw zijn gescheiden en hebben in 2016 afspraken gemaakt over partneralimentatie, met een overeengekomen pensioendatum in 2022. De man is echter vervroegd met pensioen gegaan in 2021, waardoor zijn inkomen aanzienlijk daalt. Hij verzoekt de rechtbank de partneralimentatie te verlagen.
De rechtbank oordeelt dat de vervroegde pensionering een wijziging van omstandigheden vormt, ook al is een latere pensioendatum overeengekomen. De draagkracht van de man wordt berekend op basis van zijn pensioenuitkeringen en andere inkomsten, rekening houdend met noodzakelijke kosten en kinderalimentatie.
De rechtbank stelt vast dat de man tot 31 juli 2022 een partneralimentatie van €1.635 bruto per maand moet betalen, inclusief een overeengekomen verhoging van €600 bij onvrijwillige inkomensteruggang. Vanaf 1 augustus 2022 is de alimentatie vastgesteld op €1.500 bruto per maand, zonder indexering. De vrouw wordt geacht niet in staat te zijn haar behoefte zelf te verdienen, en de alimentatie is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt gewijzigd naar €1.635 bruto per maand tot 31 juli 2022 en €1.500 bruto per maand vanaf 1 augustus 2022, met uitsluiting van indexering.