ECLI:NL:RBMNE:2021:6665

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 november 2021
Publicatiedatum
24 maart 2022
Zaaknummer
21/4354
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:55c AwbArt. 8:55d Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling toeslagen

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Belastingdienst op haar aanvraag tot herbeoordeling van toeslagen. De rechtbank stelt vast dat eiseres de Belastingdienst op 21 september 2021 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien de wettelijke beslistermijn is verstreken.

De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat de Belastingdienst alsnog uiterlijk 31 december 2021 een besluit moet nemen, rekening houdend met de uitzonderlijke situatie rondom de kinderopvangtoeslag. Voor elke dag dat de Belastingdienst te laat is, wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €15.000.

Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €374 aan eiseres, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt de genoemde verplichtingen op aan de Belastingdienst.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een dwangsom op en veroordeelt de Belastingdienst tot betaling van proceskosten en het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4354

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 november 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. W. Kort)
en

Belastingdienst / Toeslagen , verweerder

(gemachtigde: drs. E. Velsink)

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Partijen zijn het met elkaar eens dat verweerder te laat is met het beslissen op de aanvraag van eiseres. In zijn verweerschrift van 16 november 2021 geeft verweerder dit ook aan. De rechtbank stelt vast dat eiseres verweerder op 21 september 2021 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken zijn verstreken.
4. Het beroep is kennelijk gegrond.
5. De rechtbank stelt vast dat eiseres niet op grond van artikel 8:55c van de Awb heeft gevraagd om de hoogte van de dwangsom vast te stellen die is verschuldigd op grond van afdeling 4.1.3 van de Awb. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding de bestuurlijke dwangsom vast te stellen en laat het standpunt van verweerder verder onbesproken.
6. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. De rechtbank geeft daarvoor normaal een termijn van twee weken. Er kunnen omstandigheden zijn die ervoor zorgen dat de rechtbank een langere termijn geeft (artikel 8:55d, derde lid, van de Awb).
7. Verweerder heeft in zijn verweerschrift van 16 november 2021 gevraagd om bij het vaststellen van een beslistermijn rekening te houden met de huidige uitzonderlijke situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag en het grote aantal aanmeldingen voor een herbeoordeling. Verweerder geeft verder aan dat de verwachting is dat het besluit in december 2021 wordt genomen.
8. De rechtbank ziet in de toelichting van verweerder aanleiding een langere termijn te bepalen dan twee weken. De door verweerder genoemde omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank aan te merken als een bijzonder geval als bedoeld in artikel 8:55d, derde lid, van de Awb. De rechtbank bepaalt dat verweerder uiterlijk op 31 december 2021, een besluit moet nemen.
9. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
10. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent ook dat eiseres een vergoeding krijgt voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 374,-.
11. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres betalen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op uiterlijk 31 december 2021 alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat eiseres heeft betaald moet betalen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 374,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer rechter, in aanwezigheid van N. Dayerizadeh griffier
.De beslissing is uitgesproken op 29 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
de griffier De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.