Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Belastingdienst op haar aanvraag tot herbeoordeling van toeslagen. De rechtbank stelt vast dat eiseres de Belastingdienst op 21 september 2021 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien de wettelijke beslistermijn is verstreken.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat de Belastingdienst alsnog uiterlijk 31 december 2021 een besluit moet nemen, rekening houdend met de uitzonderlijke situatie rondom de kinderopvangtoeslag. Voor elke dag dat de Belastingdienst te laat is, wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €374 aan eiseres, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt de genoemde verplichtingen op aan de Belastingdienst.