De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van een minderjarige om het gezamenlijk gezag van haar vader en opa te wijzigen, zodat alleen de opa het gezag zou uitoefenen. Dit verzoek kwam voort uit het langdurige contactverbod tussen de minderjarige en haar vader sinds de zomer van 2019, waarbij de minderjarige emotioneel en mentaal belast was door de huidige situatie.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het gezag gezamenlijk te laten, maar geen zorgregeling vast te stellen vanwege de moeizame relatie. De minderjarige had meerdere psychologen bezocht en gaf aan bang te zijn voor haar vader. De vader erkende de situatie en respecteerde het contactverbod, hoewel hij wel contact wenste.
De kinderrechter paste analoog artikel 1:251a BW toe, waarbij werd vastgesteld dat het in het belang van het kind was het gezag aan één persoon toe te wijzen. Gezien de emotionele belangen en het ontbreken van actieve gezagsuitoefening door de vader, werd het gezag aan de opa toegekend. Tevens werd besloten geen zorgregeling tussen vader en minderjarige vast te stellen, met het oog op het langdurige contactverbod en de wens van de minderjarige.
De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2021.