Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
747,00
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser trad op 1 februari 2021 in dienst als asbestsaneerder en viel in maart 2021 wegens ziekte uit. Hij vordert betaling van achterstallig loon en doorbetaling tijdens ziekte, alsmede verstrekking van salarisstroken. Gedaagde betwist het ontslag op staande voet en de arbeidsongeschiktheid van eiser en stelt dat loonbetalingsverplichting is komen te vervallen.
De kantonrechter oordeelt dat de dagvaarding correct is betekend en dat het kort geding geschikt is voor beoordeling. Er is een spoedeisend belang omdat eiser geen salaris ontvangt en financiële verplichtingen niet kan nakomen. De betwisting van het ontslag op staande voet is onvoldoende onderbouwd en de arbeidsongeschiktheid wordt geacht voor rekening van gedaagde te komen omdat deze eiser heeft aangemeld bij de arbodienst.
De gevorderde loonbetalingen worden toegewezen met een gematigde wettelijke verhoging van 2%. Tevens worden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan eiser toegewezen. De gevorderde dwangsommen voor salarisstroken worden afgewezen, maar gedaagde wordt wel veroordeeld tot verstrekking van deze stroken. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig en toekomstig loon, wettelijke verhoging, incassokosten, proceskosten en verstrekking van salarisstroken.