ECLI:NL:RBMNE:2021:6728
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde appartement en onderpandige schuur met parkeerplaats
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vaststelling van de WOZ-waarde van een appartement met onderpandige schuur en parkeerplaats centraal. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, heeft de waarde voor het belastingjaar 2020 vastgesteld op €300.000 naar de waardepeildatum 1 januari 2019. Eiser betwist deze waarde en stelt dat de WOZ-waarde niet hoger mag zijn dan €280.000, mede vanwege onvoldoende rekening met specifieke omgevingsfactoren.
De rechtbank overweegt dat verweerder de bewijslast draagt om aannemelijk te maken dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Verweerder heeft een taxatierapport en een taxatiematrix overgelegd, waarin de waarde is bepaald via vergelijking met referentiewoningen van hetzelfde type. Hierbij is rekening gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceeloppervlakte en omgevingsfactoren, waaronder een korting van 20% op de kuubprijs vanwege specifieke factoren.
De rechtbank vindt de gehanteerde vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar en acht de methode van waardebepaling betrouwbaar. Het beroep van eiser leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €300.000 wordt ongegrond verklaard.