Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gemachtigde: G. Gieben,
1.Procesverloop
2.Overwegingen
3.Beslissing
.De beslissing is uitgesproken op
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser betwistte de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement, gelegen aan een adres in een Nederlandse plaats, voor het belastingjaar 2020. De waarde was vastgesteld op €775.000,- met peildatum 1 januari 2019. Eiser stelde dat de waarde te hoog was en pleitte voor een lagere waarde van €740.000,-, onder meer vanwege onduidelijkheid over het indexeringspercentage en de gehanteerde vergelijkingsobjecten.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De taxatiematrix en toelichting gaven inzicht in de vergelijkingsmethode met referentiewoningen van hetzelfde type. De gehanteerde indexering van circa 8% was op basis van permanente marktanalyse onderbouwd en niet gemotiveerd bestreden door eiser.
Verder werd geoordeeld dat het grotere terras en de drie parkeerplaatsen terecht in de waardering waren betrokken zonder correctie voor afnemend grensnut, omdat de ligging en kenmerken van het terras gunstiger waren dan bij vergelijkingsobjecten. Eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de waarde van de derde parkeerplaats lager moest worden gewaardeerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten toe. De uitspraak vermeldde dat hoger beroep mogelijk is binnen zes weken bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €775.000,- wordt ongegrond verklaard.