Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gemachtigde: G. Gieben,
1.Procesverloop
2.Overwegingen
3.Beslissing
.De beslissing is uitgesproken op
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de gemeente waarin de WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2020 is vastgesteld op €714.000,-. Eiser betwist deze waarde en stelt dat de waarde €615.000,- zou moeten zijn, onderbouwd met een eigen taxatierapport. Verweerder heeft een taxatierapport en een taxatiematrix overgelegd met vijf referentiewoningen die als vergelijkingsobjecten zijn gebruikt.
De rechtbank overweegt dat de waarde in het economisch verkeer moet worden bepaald met de vergelijkingsmethode, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, mede door de toelichting op de taxatiematrix en de onderbouwing van de waardeverhoudingen en indexering.
Eiser heeft de onderbouwing van verweerder niet gemotiveerd bestreden. De rechtbank acht de toegepaste indexering van ongeveer 6% naar de waardepeildatum 1 januari 2019 voldoende aannemelijk. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €714.000,- wordt ongegrond verklaard.