Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gemachtigde: G. Gieben,
1.Procesverloop
2.Overwegingen
3.Beslissing
.De beslissing is uitgesproken op 12 augustus 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, stellende dat de waarde te hoog is vastgesteld en dat essentiële taxatiestukken niet zijn verstrekt tijdens de bezwaarfase.
Verweerder heeft de waarde vastgesteld op €313.000,- op basis van een taxatierapport met vergelijkingsobjecten. De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat deze waarde niet te hoog is, ondanks het ontbreken van inzicht in individuele indexeringspercentages.
Wel is vastgesteld dat verweerder in strijd met artikel 40 Wet Pro WOZ heeft gehandeld door niet de gevraagde grondstaffel en taxatiekaart te verstrekken. Dit wordt echter gepasseerd omdat eiser niet in zijn belangen is geschaad en alsnog kennis heeft kunnen nemen van relevante factoren tijdens het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, maar veroordeelt verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser wegens het gemaakte gebrek. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.