Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gemachtigde: G. Gieben,
1.Procesverloop
2.Overwegingen
3.Beslissing
.De beslissing is uitgesproken op 29 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van een bedrijfsruimte en magazijn gelegen aan een adres te een plaats, vastgesteld op €58.000,- met peildatum 1 januari 2019. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, had op basis van deze waarde een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd. Na bezwaar werd de waarde verlaagd tot €44.000,-, maar eiseres stelde dat zij op de toestandsdatum geen eigenaar was van het betrokken perceel.
De rechtbank oordeelde dat eiseres wel eigenaar is van het kadastrale perceel waarop de onroerende zaak is gelegen. Verweerder had in het primaire besluit de juiste waarde vastgesteld voor het juiste perceel, hoewel in het taxatieverslag een ander perceelnummer was genoemd. Dit werd als een motiveringsgebrek beoordeeld dat in bezwaar was hersteld.
De rechtbank concludeerde dat de aanslag terecht is opgelegd en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J.H. van Meegen op 29 juli 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de WOZ-waarde en de aanslag OZB wordt ongegrond verklaard.