Op 28 januari 2019 werd in Veenendaal een schot gelost waarbij een 9 mm huls en kogelpunt werden aangetroffen. Verdachte werd ervan verdacht het vuurwapen en munitie in bezit te hebben gehad. Tijdens de terechtzitting op 17 september 2021 bepleitte de officier van justitie een veroordeling, terwijl de verdediging vrijspraak vroeg vanwege het ontbreken van technisch bewijs en de onbetrouwbaarheid van belastende getuigenverklaringen.
De rechtbank constateerde dat er weliswaar sprake was van een schot en vond een huls en kogelpunt passend bij een 9 mm wapen, maar er was geen technisch bewijs dat verdachte het vuurwapen gebruikte. De verklaringen van twee neven, die een familieconflict met verdachte hadden, werden met terughoudendheid beoordeeld. Ander ondersteunend bewijs ontbrak, en verdachte ontkende het schot te hebben gelost.
Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde. De in beslag genomen auto werd aan verdachte teruggegeven, terwijl de munitie onttrokken werd aan het verkeer wegens het illegale karakter ervan.