Eiser ontvangt sinds 2010 een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2017 stelde het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage vast op 37,80%, later bij bezwaar en beroep verlaagd tot 32,36%, met beëindiging van de uitkering per 1 maart 2019. Eiser betwistte de medische beoordeling, met name de psychische diagnose, en stelde dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is door een ernstige psychiatrische stoornis.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke psychiater die concludeerde dat eiser inderdaad lijdt aan een ernstige psychiatrische stoornis (298.9 DSM-5) met significante beperkingen in het dagelijks functioneren. Deze conclusie werd ondersteund door de behandelaars van eiser, maar verworpen door de verzekeringsarts die vasthield aan eerdere rapporten waarin sprake was van een nagebootste stoornis.
De rechtbank oordeelde dat het rapport van de onafhankelijke deskundige zorgvuldig en overtuigend is en dat het UWV ten onrechte is uitgegaan van een onjuiste medische beoordeling. Het bestreden besluit is daarom niet deugdelijk gemotiveerd en wordt vernietigd. Verweerder moet binnen dertien weken een nieuw besluit nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.