ECLI:NL:RBMNE:2021:6815
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarde woning ondanks onderhoudsgebreken
De gemeente heeft de WOZ-waarde van een woning vastgesteld op €866.000 voor het belastingjaar 2020, met een waardepeildatum van 1 januari 2019 en een toestandsdatum van 1 januari 2020. Eiser, eigenaar van de woning, maakte bezwaar tegen deze waarde, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met de slechte staat van onderhoud, waaronder een half dak dat eraf lag, een bouwput in de tuin, onafgewerkt schilderwerk en houtrot.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente met een taxatiematrix en een toelichting tijdens de zitting aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix vergelijkt de woning met voldoende vergelijkbare referentiewoningen en houdt rekening met verschillen in onderhoud en voorzieningen, waaronder een correctie van 10% voor doelmatigheid vanwege de nog lopende verbouwing.
De rechtbank volgt de toelichting van de gemeente dat deze correctie ook de gebreken zoals houtrot en de staat van het dak voldoende weerspiegelt. Foto’s van januari 2021 tonen een gesloten dak, en eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit op de toestandsdatum anders was. De beroepsgrond faalt, en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.