ECLI:NL:RBMNE:2021:683
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning aan twee-onder-een-kapvilla uit 1899
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van €758.000 voor zijn woning uit 1899, gelegen aan een drukke weg, en stelt een lagere waarde van €591.000 voor. Verweerder baseert de vaststelling op een taxatiematrix met zes vergelijkingsobjecten uit dezelfde bouwperiode en omgeving.
De rechtbank oordeelt dat de ligging van de woning vergelijkbaar is met de referentieobjecten en dat de aanwezigheid van een eigen oprit het parkeernadeel compenseert. Ook is het toepassen van andere grondstaffels in beroep toegestaan zolang dit consequent gebeurt, wat hier het geval is. De rechtbank volgt verweerder in de keuze van vergelijkingsobjecten en de waarderingsmethode.
Ten aanzien van de proceskostenvergoeding stelt de rechtbank vast dat verweerder de gevraagde stukken niet tijdig heeft verstrekt, maar dit gebrek wordt gepasseerd omdat eiser geen nadeel heeft ondervonden en na toezending van de stukken geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot aanvullend contact.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter Rijlaarsdam en griffier de Bruin op 18 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde is ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding is afgewezen.