Eiseres heeft in 2018 en 2019 werkzaamheden verricht voor gedaagde op basis van een overeenkomst van opdracht. Diverse facturen over 2018 en 2019 bleven onbetaald, ondanks een betalingsregeling die in februari 2019 werd getroffen. Gedaagde betaalde slechts een deel van de facturen en betwistte de uren over de tweede helft van 2019.
De rechtbank oordeelde dat eiseres de uren terecht in rekening heeft gebracht, ook na 16 september 2019, en dat de betwistingen van gedaagde onvoldoende gemotiveerd waren. Alle gevorderde bedragen werden toegewezen, inclusief wettelijke handelsrente vanaf 10 februari 2020, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
De rechtbank wees het bezwaar van gedaagde tegen de eiswijziging af en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De uitspraak bevestigt dat gedaagde gehouden is tot volledige betaling van de openstaande facturen en bijkomende kosten.