ECLI:NL:RBMNE:2021:6943
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning met bijzondere kenmerken in Utrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de WOZ-waarde van een in 1934 gebouwde rijwoning in Utrecht centraal. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €525.000 naar de waardepeildatum 1 januari 2020, welke eiser betwistte en een lagere waarde van €370.000,- voorstelde. Na een uitspraak op bezwaar die het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde of de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was. De heffingsambtenaar gebruikte een taxatiematrix met vergelijkingswoningen, maar de rechtbank oordeelde dat deze methode onvoldoende rekening hield met de bijzondere kenmerken van de woning, zoals het ontbreken van een tuin, het geheel bebouwde perceel en het gebrek aan daglicht aan de achterzijde door directe aansluiting op een kantoorpand. Hierdoor werd de waarde mogelijk te hoog ingeschat.
Eiser kon zijn lagere waarde niet aannemelijk maken, omdat de door hem aangevoerde referentiewoning niet vergelijkbaar was en in een andere plaats lag. De rechtbank stelde daarom de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €475.000. Tevens werd het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en het griffierecht aan eiser vergoed. De aanslag onroerendezaakbelasting wordt dienovereenkomstig verminderd.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €475.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.