Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
(opmerking rechtbank: niet in geschil is dat aangever hiermee verdachte bedoelt). Ik liep door naar de keuken. Terwijl ik bezig was om de maaltijd voor te bereiden hoorde ik hem met de rollator over de deurpost gaan. Niet beter wetende dat hij op de stoel ging zitten ging ik verder met de maaltijd voorbereiding. Ik draaide mij naar links en ik voelde een soort kracht, een ademhaling achter mijn rug. Ik zag dat hij aan de linkerzijde leek te vallen. Ik wist niet wat er achter mij gebeurde, maar voelde dat er iets gebeurde. Ik begon te schudden. Ik zag hem langs mij vallen, op de grond zittend. Tegelijk voelde ik een warm gevoel in mijn rechter achterkant. [2]
DNA-profielen AAN08980NL#02, #03 en #04 zijn elk meer dan 1 miljard keer
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
- € 34,78 (reiskosten naar de huisarts, het ziekenhuis en de psycholoog);
- € 81,- (kosten behandelingen fysiotherapeut);
- € 32,97 (kosten kleding).
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het onder 5 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
gevangenisstraf van 3 (drie) jaren;
gedeelte van 1 (een) jaar niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijd van 3 (drie) jarenvast;
bijzondere voorwaardedat verdachte:
- wijst de vordering van [ slachtoffer] toe tot een bedrag van € 4.648,75;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [ slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over de immateriële schade van € 4.500, vanaf 9 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling en voor de overige materiële schadeposten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 maart 2021, tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [ slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [ slachtoffer] aan de Staat € 4.648,75 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over de immateriële schade van € 4.500,- vanaf 9 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 56 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.