ECLI:NL:RBMNE:2021:838
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening studietoelage wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht van 27 oktober 2020, waarin zijn aanvraag voor een individuele studietoelage werd afgewezen. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de gevolgen van dit besluit te voorkomen.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb alleen een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien sprake is van onverwijlde spoed, bijvoorbeeld bij dreiging van een onomkeerbare situatie of acute financiële nood. Verzoeker werd in de gelegenheid gesteld om zijn spoedeisend belang te onderbouwen, maar heeft hier niet op gereageerd.
Omdat verzoeker geen inzicht gaf in zijn financiële situatie, bijvoorbeeld door het overleggen van bankafschriften of bewijs van onmogelijkheid om primaire levensbehoeften te betalen, kon niet worden vastgesteld dat sprake was van een noodsituatie. Hierdoor ontbrak het aan de noodzakelijke spoedeisendheid.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek kennelijk ongegrond was en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.