ECLI:NL:RBMNE:2021:841
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid heffing leges voor verlenging wapenverlof
Eiseres maakte bezwaar tegen de heffing van een onkostenvergoeding van € 60,- door de korpschef voor de verlenging van haar wapenverlof. Zij stelde dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor het heffen van leges bij verlenging en dat de hoogte en berekening van de leges onduidelijk en onevenredig zijn. Tevens voerde zij aan dat het verlengen van het verlof een aanspraak is en dat de leges feitelijk een belemmering vormen voor het uitoefenen van de schietsport.
De rechtbank oordeelde dat de heffing van leges voortvloeit uit artikel 41 van Pro de Wet wapens en munitie en artikel 50a van de Regeling wapens en munitie, waarin de onkostenvergoeding voor verlenging van het wapenverlof is geregeld. De korpschef heeft deze wet- en regelgeving correct toegepast. De rechtbank verwierp het betoog dat verlenging niet onder artikel 41 Wwm Pro valt en volgde de uitleg van verweerder dat het jaarlijkse verlengen van het verlof noodzakelijk is om de veiligheid te waarborgen.
Verder stelde de rechtbank vast dat de berekening van de leges voldoende is toegelicht en niet onredelijk hoog is vastgesteld. De stelling dat het verlengen een vorm van handhaving is waarover geen leges geheven mogen worden, werd eveneens verworpen. Het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule in het besluit werd gepasseerd omdat eiseres tijdig beroep had ingesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffing van leges voor verlenging van het wapenverlof is ongegrond verklaard.