ECLI:NL:RBMNE:2021:844
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na eindbeslissing rechter
De wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland ontving een verzoek tot wraking van een rechter in een strafzaak. Dit verzoek werd ingediend nadat de rechter op 5 februari 2021 een mondelinge eindbeslissing had genomen, waarmee de behandeling van de zaak was beëindigd.
Volgens artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering kan een rechter alleen worden gewraakt zolang hij nog betrokken is bij de behandeling van de zaak. Omdat de rechter al een einduitspraak had gedaan, was het wrakingsverzoek niet ontvankelijk. De gemachtigde van verzoeker stelde dat hij vóór de beslissing had aangegeven gebruik te zullen maken van het wrakingsrecht indien geen mondelinge toelichting werd toegestaan, maar dit was niet onderbouwd met bewijs.
De wrakingskamer besloot daarom verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren en zag af van een mondelinge behandeling. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk. De beslissing werd uitgesproken door de voorzitter en leden van de wrakingskamer op 19 februari 2021.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek omdat dit na een eindbeslissing van de rechter werd ingediend.