De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren, waarbij een omgevingsvergunning werd verleend voor het kappen van 47 bomen met een herplantplicht van 24 bomen. Na bezwaar werd het besluit gedeeltelijk gewijzigd, waarbij kap van enkele bomen werd geschrapt en de herplantplicht werd uitgebreid.
Verzoeker, woonachtig in de wijk waar de bomen stonden, stelde dat hij als belanghebbende moest worden aangemerkt en dat de herplantplicht ruimer moest zijn. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker alleen voor vijf bomen in zijn directe nabijheid als belanghebbende kon worden beschouwd. De overige bomen betroffen geen persoonlijk belang dat voldoende onderscheidt van anderen.
Omdat de vijf bomen waarvoor verzoeker belanghebbende was al waren gekapt, verviel het belang bij het voorkomen van kap. Verzoeker had wel belang bij een ruimere herplantplicht, maar dit werd niet als spoedeisend belang gezien. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De inhoudelijke behandeling van het beroep zal in de bodemprocedure plaatsvinden.