Eisers hebben een woning toegewezen gekregen van Ymere, die later de reservering introk en de huurovereenkomst wilde vernietigen wegens dwaling, omdat eiser vermeend onjuiste informatie zou hebben verstrekt over huurachterstanden en overlast. Ymere baseerde dit ook op een verhuurdersverklaring en het gedrag van eiser, waaronder een onnodig aanvallende houding en het niet naleven van corona-maatregelen.
De kantonrechter oordeelde dat tussen partijen wel een huurovereenkomst tot stand was gekomen en dat Ymere onvoldoende onderzoek had verricht naar de verstrekte informatie. Het beroep op dwaling werd verworpen omdat Ymere zelf een onderzoeksplicht had en de aangevoerde gedragingen onvoldoende aannemelijk waren om de overeenkomst te vernietigen.
De rechter veroordeelde Ymere om de woning of een vergelijkbare woning binnen veertien dagen aan eiser ter beschikking te stellen, onder oplegging van een gemaximeerde dwangsom bij niet-naleving. De vordering tot ondertekening van de huurovereenkomst werd afgewezen. Ymere werd veroordeeld in de proceskosten.