Verzoeker heeft tegen het besluit van de burgemeester van de gemeente Woerden om een bedrijfspand voor twaalf maanden te sluiten een voorlopige voorziening gevraagd. Dit verzoek is afgewezen omdat de voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake is van een spoedeisend belang.
Verzoeker stelde dat de dubbele huurlasten en de gevolgen van de Covid-19 pandemie een spoedeisend belang vormden. Echter, de voorzieningenrechter overwoog dat bij een louter financieel belang doorgaans geen onverwijlde spoed aanwezig is, omdat het bedrag later kan worden teruggevorderd en er geen onomkeerbare situatie of acute financiële nood is aangetoond.
Ook was niet gebleken dat verzoeker geen financiële buffer heeft of niet in staat is tijdelijk geld te lenen. Daarnaast was het bestreden besluit niet evident onrechtmatig, zodat de voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.