Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De eerste bewonersvergunning wordt altijd toegewezen. (…)”, “(…)
Elk woonadres in het gebied heeft recht op in elk geval één bewonersvergunning. (…)” en “(…)
Wij beginnen met het toewijzen van alle eerste vergunningen. (…)”. Door het niet toekennen van de eerste vergunning en de plaatsing op de wachtlijst voor een tweede vergunning moet eiseres per 1 april 2021 betalen voor parkeren, waar dat eerst gratis was. Eiseres heeft zelfs meegewerkt aan de invoering van betaald parkeren door voor het plan te stemmen, op basis van de verwachting dat zij een parkeervergunning zou krijgen. In dit kader heeft eiseres verwezen naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 29 mei 2019 [2] . Zij mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat aan haar een eerste bewonersparkeervergunning zou worden toegekend, aldus eiseres.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 49,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een totaalbedrag van