ECLI:NL:RBMNE:2022:1013

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 maart 2022
Publicatiedatum
18 maart 2022
Zaaknummer
535871 / HA RK 22-59
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 37 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening

Verzoekers dienden op 8 maart 2022 een wrakingsverzoek in tegen mr. A.F. Hermans in een civiele zaak. De gronden voor wraking betroffen het weigeren van een akte op 4 februari 2022, waarvan verzoekers toen al op de hoogte waren.

Volgens artikel 37 lid 1 Rv Pro moet een wrakingsverzoek worden ingediend zodra de feiten bekend zijn. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek ruim een maand te laat was ingediend zonder bijzondere omstandigheden die dit rechtvaardigen.

De kamer verwierp het argument dat het wachten op een bestuursvergadering van verzoeker sub 1 een bijzondere omstandigheid vormde. Daarom verklaarde de wrakingskamer het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk en bepaalde dat de procedure in de civiele zaak wordt voortgezet zoals die was voor de schorsing.

De beslissing werd op 16 maart 2022 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Wrakingskamer verklaart verzoekers niet-ontvankelijk wegens te late indiening van het wrakingsverzoek zonder bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Zaaknummer/rekestnummer: 535871 / HA RK 22-59
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 16 maart 2022
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:

1.[verzoeker sub 1]

gevestigd in [vestigingsplaats]
2.
[verzoeker sub 2]wonende in [woonplaats] ,
verder te noemen verzoekers,
advocaat mr. G. Boot in De Bilt.

1.De procedure

1.1.
Verzoekers hebben op 8 maart 2022 het verzoek tot wraking van mr. A.F. Hermans (hierna: de rechter) ingediend in de zaak met zaaknummer C/16/506216 / HA ZA 20-475.
1.2.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.

2.De ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek

2.1.
Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van partijen kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van artikel 37 lid 1 Rv Pro wordt het verzoek gedaan zodra die feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.
2.2.
De gronden die verzoekers aan het wrakingsverzoek ten grondslag hebben gelegd, zien volledig op het feit dat de rechter op 4 februari 2022 de door verzoekers op 26 januari 2022 ingediende akte heeft geweigerd. Verzoekers waren dus op 4 februari 2022 al op de hoogte van de feiten en omstandigheden waarop het verzoek tot wraking steunt. Mr. Boot heeft het wrakingsverzoek pas op 8 maart 2022 ingediend bij de rechtbank. Dat is ruim een maand later. De wrakingskamer is van oordeel dat dit in beginsel te laat is, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die dit tijdsverloop rechtvaardigen. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is de wrakingskamer in dit geval niet gebleken. In het wrakingsverzoek staat toegelicht dat verzoekers de bestuursvergadering van de [verzoeker sub 1] wilden afwachten totdat het verzoek zou worden gedaan. De wrakingskamer is van oordeel dat dit niet is aan te merken als bijzondere omstandigheid die dit tijdsverloop rechtvaardigt.
2.3.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de wrakingskamer verzoekers kennelijk niet-ontvankelijk verklaren in het wrakingsverzoek.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoekers kennelijk niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoekers, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, en aan de betrokken teamvoorzitter van het team Civiel recht, waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;
3.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer C/16/506216 / HA ZA 20-475 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. C.S.K. Fung Fen Chung en mr. J.P. Killian als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. F.G.T. Russcher-Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2022.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.