Uitspraak
1.[verzoeker sub 1]
[verzoeker sub 2]wonende in [woonplaats] ,
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekers dienden op 8 maart 2022 een wrakingsverzoek in tegen mr. A.F. Hermans in een civiele zaak. De gronden voor wraking betroffen het weigeren van een akte op 4 februari 2022, waarvan verzoekers toen al op de hoogte waren.
Volgens artikel 37 lid 1 Rv Pro moet een wrakingsverzoek worden ingediend zodra de feiten bekend zijn. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek ruim een maand te laat was ingediend zonder bijzondere omstandigheden die dit rechtvaardigen.
De kamer verwierp het argument dat het wachten op een bestuursvergadering van verzoeker sub 1 een bijzondere omstandigheid vormde. Daarom verklaarde de wrakingskamer het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk en bepaalde dat de procedure in de civiele zaak wordt voortgezet zoals die was voor de schorsing.
De beslissing werd op 16 maart 2022 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingskamer verklaart verzoekers niet-ontvankelijk wegens te late indiening van het wrakingsverzoek zonder bijzondere omstandigheden.