Verzoekster had een indicatiebesluit ontvangen van het Centrum Indicatiestelling Zorg (verweerder) op 10 juli 2021, dat op 5 augustus 2021 werd ingetrokken. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard op 29 november 2021. Hiertegen stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank.
Op 12 januari 2022 gaf verweerder aan dat het intrekkingsbesluit onterecht was en zette hij de indicatie van verzoekster voort. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder stemde hiermee in.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €759,- en veroordeelde verweerder tot betaling hiervan, evenals het griffierecht van €49,-. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 25 maart 2022.