ECLI:NL:RBMNE:2022:1044
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroepen tegen WOZ-waarde en informatiebeschikking woning
Verweerder stelde de WOZ-waarde van de woning van eiseres voor het belastingjaar 2021 vast op €334.000,- met waardepeildatum 1 januari 2020. Eiseres ging hiertegen in bezwaar en beroep, stellende dat de waarde te hoog is en dat de informatiebeschikking onrechtmatig is opgelegd omdat het verzoek om informatie alleen aan haar gemachtigde is gericht.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek om informatie terecht aan de gemachtigde is gestuurd, omdat deze gemachtigd was voor de bezwaarprocedure en de procedures nauw samenhangen. De informatiebeschikking verviel nadat de gevraagde gegevens werden verstrekt. Daarnaast heeft verweerder alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder grondstaffels en KOUDV-factoren, aan eiseres beschikbaar gesteld via een internetlink.
De rechtbank vindt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, mede op basis van een taxatiematrix en vergelijkingsobjecten. De door eiseres overgelegde taxatie met waardedrukkende factoren is door verweerder voldoende gemotiveerd weerlegd. De beroepen worden ongegrond verklaard en een proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waarde en de informatiebeschikking worden ongegrond verklaard en proceskostenvergoeding wordt afgewezen.