ECLI:NL:RBMNE:2022:1049
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor toegangspoort
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laren heeft aan een vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een toegangspoort bij haar woning, inclusief afwijking van het bestemmingsplan wat betreft de bouwhoogte. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze vergunning en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 16 maart 2022 heeft de voorzieningenrechter het verzoek behandeld en direct uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter ging ervan uit dat de vergunning betrekking heeft op een erfafscheiding, wat gunstig is voor verzoeker omdat dan een lagere maximale bouwhoogte geldt. De beoordeling van de afwijkingsbevoegdheid werd voorlopig positief beoordeeld, mede omdat het college de motivering nog wil aanvullen.
Het geschil spitste zich toe op de erfdienstbaarheid die op de locatie geldt. Partijen waren het eens dat de vergunninghouder als eigenaar van het dienende erf een doorgang moet verschaffen aan verzoeker als eigenaar van het heersende erf. Verzoeker stelde dat de vergunning in strijd is met deze erfdienstbaarheid. De voorzieningenrechter oordeelde dat de civiele rechter hierover gaat en dat alleen bij een evidente privaatrechtelijke belemmering het college dit moet meewegen. Hier was geen sprake van een dergelijke belemmering, omdat de poort voldoet aan de breedtebeperkingen en de vergunninghouder toezegde doorgang te garanderen.
Daarnaast ontbrak het verzoeker aan een spoedeisend belang, omdat de vergunninghouder de poort open zal houden zolang het bezwaar loopt en de bouw met risico op afbraak plaatsvindt. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en hoefde het college geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de toegangspoort is afgewezen.